Bloedonderzoek hormonen bij hormoontherapie: wat wordt er precies gemeten?

Klachten zoals onregelmatige menstruatie, nachtelijk zweten, vaginale droogheid of stemmingswisselingen kunnen wijzen op een veranderende hormoonbalans. Een bloedonderzoek helpt in kaart te brengen welke hormoonspiegels verlaagd zijn en of er andere factoren meespelen. Het is daarmee een belangrijk onderdeel van goed begeleide hormoontherapie, al is bloed nooit het hele verhaal.
Kort samengevat
Een bloedonderzoek rond de overgang en bij hormoontherapie kijkt meestal naar FSH, oestradiol, progesteron, testosteron (totaal én vrij), SHBG en de schildklier (TSH, vrij T4, vrij T3), vaak aangevuld met vitamine D en vitamine B12. Bij Menovia maken die deel uit van een breder panel van tot 36 waarden, dat ook je stofwisseling, bloedsuiker en vitaminestatus meeneemt en dat is afgestemd op je pakket. Zo'n onderzoek dient twee doelen: bij de start breng je in kaart welke spiegels verlaagd zijn, tijdens de behandeling (bij Menovia elke 12 weken) controleer je of de dosering nog aansluit. De waarden geven een momentopname van je hormonale systeem. Ze zijn waardevol, maar ze vertellen niet het hele verhaal: je klachten en je voorgeschiedenis wegen minstens zo zwaar. In de praktijk zien wij dat bloed één onderdeel is van een bredere diagnostische puzzel, niet de puzzel zelf.
Twee doelen: diagnose en monitoring
Bloedonderzoek heeft rond de overgang twee aparte functies die elkaar aanvullen.
- Bij de start (diagnostiek): we brengen in kaart waar je staat. Welke hormoonspiegels zijn verlaagd? Zijn er andere factoren, zoals de schildklier, vitamine D of de bloedsuiker, die je klachten mede verklaren? Dit vormt de basis voor een behandelplan op maat.
- Tijdens de behandeling (monitoring): we controleren of de gewenste waarden worden bereikt, of de dosering moet worden aangepast en of er ongewenste effecten optreden. Bij Menovia meten wij elke 12 weken, zodat je behandeling blijft aansluiten op wat je lichaam op dat moment nodig heeft.
Welke hormoonwaarden worden gemeten, en wat zeggen ze?
Niet elke waarde meet hetzelfde. Dit zijn de markers die er rond de overgang meestal toe doen.
- FSH (follikelstimulerend hormoon). Stijgt als de eierstokken minder oestrogeen aanmaken. Een verhoogde FSH kan wijzen op de overgang, maar de waarde schommelt sterk van dag tot dag, zeker in de perimenopauze. Eén meting zegt daarom weinig. Tijdens hormoontherapie zegt FSH bovendien minder, omdat de toegediende hormonen de feedbackloop beïnvloeden; dan zijn oestradiol en je klachten betere maatstaven.
- Oestradiol (E2). De belangrijkste en meest actieve vorm van oestrogeen in de vruchtbare jaren. Daalt geleidelijk richting de menopauze. Een passende oestradiolspiegel hangt samen met klachten als opvliegers en slaapproblemen en speelt een rol bij botdichtheid en hart- en vaatgezondheid. Ook deze waarde beweegt, dus een enkele momentopname geeft geen volledig beeld.
- Progesteron. Beschermt het baarmoederslijmvlies bij vrouwen die nog een baarmoeder hebben, en speelt daarnaast een rol bij slaap en stemming. Bij Menovia werken wij met bio-identiek progesteron: moleculair identiek aan je eigen hormoon.
- LH (luteïniserend hormoon). Stijgt parallel aan FSH en geeft aanvullende informatie over de werking van de eierstokken.
- Testosteron, totaal én vrij. Testosteron speelt ook bij vrouwen een rol in energie, libido en spierbehoud. Het totale testosteron zegt alleen niet alles: een deel is gebonden aan eiwit en daardoor niet actief.
- SHBG (sex hormone binding globulin). Dit eiwit bindt geslachtshormonen. Hoe meer SHBG, hoe minder vrij (actief) hormoon beschikbaar is. SHBG is nodig om de testosteronwaarde goed te kunnen duiden.
- Prolactine. Een verhoogde prolactinespiegel kan overgangsachtige klachten nabootsen. Deze waarde helpt andere oorzaken, zoals een prolactinoom, uit te sluiten.
- DHEA-S. Een voorloperhormoon van oestrogeen en testosteron. Lage waarden kunnen samengaan met vermoeidheid en verminderde vitaliteit.
Waarom is het verschil tussen vrij en totaal testosteron zo belangrijk?
Een hormoon dat aan eiwit gebonden is, is niet beschikbaar voor je cellen. Alleen het vrije deel is biologisch actief. Daardoor kan iemand een normaal totaal testosteron hebben terwijl het vrije, werkzame deel laag is, bijvoorbeeld doordat SHBG hoog is. Kijk je alleen naar de totaalwaarde, dan mis je dat. Daarom meten wij bij testosteron zowel totaal als vrij, samen met SHBG, en leggen we de waarden naast je klachten.
Wat meet een schildklieronderzoek, en waarom hoort dat erbij?
Schildklierklachten en overgangsklachten lijken sterk op elkaar: vermoeidheid, gewichtsverandering, stemmingswisselingen, hersenmist. Ze worden daardoor makkelijk verward. Een schildkliercheck helpt onderscheiden wat waar vandaan komt, zodat een schildklierprobleem niet achter de diagnose “overgang” verborgen blijft.
- TSH stuurt de schildklier aan en is de eerste screeningswaarde.
- Vrij T4 en vrij T3 laten zien hoeveel actief schildklierhormoon er daadwerkelijk beschikbaar is.
Schildklierproblemen komen bij vrouwen op deze leeftijd relatief vaak voor: volgens onderzoek onder ouderen ontwikkelt tot ongeveer 20% van de vrouwen boven de 60 een traag werkende schildklier (Vanderpump, *The Lancet*, 2011). Dat maakt de schildklier een logisch onderdeel van het plaatje.
Waarom horen vitamine D en B12 er ook bij?
Vitamine D en B12 zijn geen hormonen in de klassieke zin, maar een tekort geeft klachten die makkelijk voor overgangsklachten worden aangezien: vermoeidheid, spier- en botklachten, concentratieproblemen.
- Vitamine D is belangrijk voor botten en spieren, juist in een fase waarin de botmassa sneller afneemt. Het RIVM en de Gezondheidsraad adviseren vrouwen vanaf 50 jaar dagelijks extra vitamine D.
- Vitamine B12 speelt een rol bij energie en het zenuwstelsel. Wij meten bij voorkeur de actieve fractie (holo-transcobalamine), omdat die beter weergeeft hoeveel B12 je lichaam echt kan gebruiken dan de totale B12-waarde.
Wil je weten wat er in jouw situatie gemeten zou moeten worden? De gratis gids legt uit hoe bloedonderzoek en hormonen in de overgang samenhangen. Download de gratis gids →
Meer dan hormonen: waarom we ook je stofwisseling en vitaminestatus meten
Hormonen vertellen niet het hele verhaal. Hoe je je in de overgang voelt, hangt samen met je schildklier, je bloedsuiker en je vitaminestatus, en die worden in de reguliere zorg lang niet altijd standaard meegenomen. Daarom kijken wij naar het volledige samenspel, verdeeld over drie gebieden:
- Geslachtshormonen en schildklier: oestradiol, progesteron, testosteron (totaal en vrij), SHBG, LH, FSH, prolactine en DHEA-S, plus TSH, vrij T4 en vrij T3.
- Stofwisseling, bloedsuiker en hart- en vaatgezondheid: onder meer glucose en insuline (samen een maat voor insulineresistentie), HbA1c (je gemiddelde bloedsuiker over enkele maanden), het cholesterolprofiel en triglyceriden, en ontstekingsmarkers. Een veranderende hormoonbalans kan samengaan met een verschuivende stofwisseling, dus deze waarden helpen het bredere beeld te zien.
- Voeding, lever en nieren: vitamine D, B12 en foliumzuur, ferritine (je ijzervoorraad), een groot bloedbeeld en lever- en nierwaarden. Tekorten of afwijkingen hier geven vaak klachten die op de overgang lijken.
In totaal gaat het om tot 36 waarden, afgestemd op je pakket (Basis, Plus of Compleet) en tijdens je traject elke 12 weken herhaald. De volledige lijst met alle waarden en wat elk pakket precies omvat, vind je op onze pagina over bloedonderzoek.
Hoe beïnvloeden timing en toedieningsvorm de uitslag?
Voor betrouwbare resultaten is het tijdstip van de bloedafname belangrijk, vooral tijdens de behandeling. Bij transdermale toediening (gel of pleister) meet je bij voorkeur op een vast moment na het aanbrengen, vaak in de ochtend, zodat je steeds vergelijkbare waarden meet. Bij Menovia geven wij bij elke bloedafname exacte instructies over de timing ten opzichte van je medicatiemoment.
Transdermale toediening geeft bovendien stabielere hormoonspiegels dan tabletten. Dat maakt de interpretatie van de bloedwaarden eenvoudiger: er zijn minder pieken en dalen, en de meting is representatiever voor je gemiddelde spiegel over de dag.
Van meting naar actie: bijsturen van het behandelplan
Als bloedwaarden aangeven dat spiegels te laag of te hoog zijn, of als je bijwerkingen ervaart, kan de dosering of de toedieningsvorm worden aangepast. Dat is geen teken van mislukking, maar van goed begeleide zorg. In de praktijk vraagt hormoontherapie bij veel vrouwen een of meerdere aanpassingen voordat de instelling passend is.
Houden lokale klachten aan terwijl de algemene spiegels goed zijn? Dan kan de behandeling worden aangevuld met lokale oestrogeenpreparaten voor vaginale droogheid of urineverlies. Die hebben een verwaarloosbare systemische opname en worden daarom vaak lokaal toegevoegd.
Waarom zijn bloedwaarden maar één deel van het verhaal?
Bloed geeft een momentopname. Het zegt niet altijd iets over wat er op celniveau gebeurt, en hormoonspiegels schommelen per dag en per moment in de cyclus. Daarbij is het belangrijk te beseffen dat bloedwaarden binnen de “normale” referentiewaarden kunnen vallen terwijl je je nog steeds niet goed voelt.
Daarom wegen wij drie dingen naast elkaar:
- Je bloedwaarden, als objectieve momentopname.
- Je klachten, systematisch in kaart gebracht. Wij gebruiken hiervoor onder meer de Menopause Rating Scale (MRS), zodat we niet alleen zien wat je bloed doet, maar ook hoe jij je daadwerkelijk voelt.
- Je voorgeschiedenis, zoals eerdere aandoeningen, medicatie en familiegeschiedenis.
Bloedwaarden zijn kortom één onderdeel van een bredere diagnostische puzzel. Wie alleen naar het lab kijkt, mist de helft.
Wat test een huisarts vaak wel of niet?
Bij vrouwen boven de 45 met een herkenbaar klachtenpatroon is de diagnose “overgang” vooral een klinische: die stelt de arts op basis van je klachten en je cyclus, niet op basis van bloed. De NHG-Standaard *De overgang* adviseert daarom om in die groep meestal géén hormoonbepaling te doen, omdat de uitslag door de sterke schommelingen weinig toevoegt en de diagnose niet verandert.
Dat is medisch goed te verdedigen. Het betekent alleen dat een breder beeld, denk aan vrij testosteron, SHBG, de volledige schildklierfunctie of de actieve B12-fractie, in de reguliere setting vaak buiten beeld blijft. Een op de overgang gespecialiseerde kliniek weegt die aanvullende waarden wél mee, juist om een dosering op maat te kunnen bepalen en om andere oorzaken van je klachten uit te sluiten. Wil je precies weten welke waarden Menovia meet en wanneer? Bekijk dan onze pagina over bloedonderzoek.
Veelgestelde vragen
Kan ik met een bloedtest zeker weten of ik in de overgang ben?
Niet met zekerheid op basis van één meting. Hormoonwaarden als FSH en oestradiol schommelen sterk, zeker in de perimenopauze. De diagnose berust vooral op je klachten en je cyclus; bloed is aanvullend.
Waarom meet Menovia zowel vrij als totaal testosteron?
Omdat alleen het vrije, niet aan eiwit gebonden deel actief is. Samen met SHBG geeft dat een preciezer beeld dan de totaalwaarde alleen.
Waarom hoort de schildklier bij een overgangsonderzoek?
Schildklierklachten en overgangsklachten lijken sterk op elkaar. Een check van TSH, vrij T4 en vrij T3 helpt onderscheiden waar je klachten vandaan komen.
Waarom is de timing van de bloedafname belangrijk tijdens hormoontherapie?
Vooral bij transdermale toediening (gel of pleister) wil je op een vast moment na het aanbrengen meten. Zo zijn de waarden onderling vergelijkbaar en betrouwbaar te duiden. Je krijgt van ons steeds exacte instructies.
Moet ik nuchter zijn voor het bloedonderzoek?
Voor ons uitgebreide onderzoek adviseren wij nuchter te zijn (water mag, koffie niet), geen zware inspanning in de 48 uur ervoor en geen alcohol in de 24 uur ervoor.
Vergoedt mijn verzekering een hormoononderzoek?
Dat verschilt per polis en per situatie. Testosteron en DHEA zijn voor vrouwen in Nederland niet geregistreerd; ze worden via een bereidingsapotheek geleverd en vallen buiten de vergoeding. Vraag dit altijd na bij je eigen verzekeraar.
Wat als mijn bloedwaarden normaal zijn maar ik me niet goed voel?
Dat komt voor. Referentiewaarden zijn gemiddelden en zeggen niet alles over hoe jij je voelt. Daarom wegen wij je klachten en voorgeschiedenis altijd mee naast het lab.
Samenvatting
Een bloedonderzoek rond de overgang en bij hormoontherapie meet doorgaans FSH, oestradiol, progesteron, testosteron (totaal en vrij), SHBG en de schildklier (TSH, vrij T4, vrij T3), vaak aangevuld met vitamine D en de actieve vorm van B12. Bij Menovia horen die bij een breder panel van tot 36 waarden dat ook je stofwisseling, bloedsuiker en vitaminestatus meeneemt, afgestemd op je pakket en elke 12 weken herhaald. Het onderzoek dient twee doelen: in kaart brengen bij de start, en bijsturen tijdens de behandeling. Het verschil tussen vrij en totaal hormoon bepaalt hoeveel er werkelijk actief is, en dat is nodig om waarden goed te duiden. Timing en toedieningsvorm beïnvloeden de uitslag. Bloed blijft een momentopname: het krijgt pas betekenis naast je klachten en je voorgeschiedenis. Een huisarts test hormonen bij een herkenbaar klachtenpatroon vaak bewust niet, terwijl een gespecialiseerde kliniek een breder panel meeweegt om een behandeling op maat te kunnen bepalen.
Deze informatie is bedoeld als educatieve informatiebron en vervangt geen medisch advies, diagnose of behandeling. Bij klachten of vragen over je persoonlijke situatie raden wij je aan een arts te raadplegen.
Gratis gids: de overgang, een bredere kijk
De overgang is méér dan opvliegers. In onze gratis menopauzegids leggen onze artsen uit wat er hormonaal in je lichaam gebeurt, welke klachten je er vaak niet mee associeert, en welke behandelmogelijkheden er zijn. In gewone taal, medisch onderbouwd.

Lees meer blogs over de Menopauze
Menovia
Meld je vandaag nog aan




