Blaasproblemen en urineverlies in de overgang: wat helpt

Blaasproblemen en urineverlies horen bij de klachten die veel vrouwen in de overgang ervaren, en de oorzaak ligt vaak in dalend oestrogeen. Als dat hormoon daalt, worden het slijmvlies van de plasbuis en de blaaswand dunner en minder elastisch, waardoor je vaker moet plassen, sneller een blaasontsteking krijgt of ongewild urine verliest. Het goede nieuws is dat deze klachten in de meeste gevallen goed te verminderen zijn. Wat helpt loopt van bekkenbodemoefeningen en leefstijl tot lokale oestrogeen, afhankelijk van het type klacht.
Kort samengevat
- Dalend oestrogeen maakt het weefsel rond blaas en plasbuis dunner en gevoeliger. Dit valt onder het genito-urinair syndroom van de overgang (GSM).
- Er zijn twee hoofdvormen: inspanningsincontinentie (urineverlies bij hoesten, niezen of tillen) en aandrangincontinentie (plotselinge, sterke plasdrang).
- Bekkenbodemoefeningen, eventueel met een bekkenfysiotherapeut, zijn vaak de eerste stap, zeker bij inspanningsincontinentie.
- Lokale (vaginale) oestrogeen kan helpen bij aandrang, vaker plassen en terugkerende blaasontstekingen. Dit is iets anders dan systemische hormoontherapie.
- Bloed in de urine, koorts, flankpijn of plotseling ontstane klachten horen altijd eerst bij de (huis)arts.
Waarom beinvloedt de overgang je blaas en plasbuis?
De blaas, de plasbuis en de vagina liggen dicht bij elkaar en reageren allemaal op oestrogeen. In het weefsel van de plasbuis en de blaashals zitten oestrogeenreceptoren, dus als de hormoonspiegel in de overgang daalt, verandert dat weefsel mee. Het slijmvlies wordt dunner, droger en minder soepel, en dat merk je aan je blaas.
Volgens Thuisarts.nl wordt het slijmvlies van de plasbuis na de overgang dunner, waardoor een branderig gevoel bij het plassen kan ontstaan en bacterien gemakkelijker een blaasontsteking veroorzaken. Deze klachten hangen samen met dezelfde hormonale verandering die vaginale droogheid geeft. Wij bespreken die kant uitgebreider in ons artikel over vaginale droogheid en pijn bij gemeenschap. Belangrijk om te weten: blaasklachten in de overgang zijn geen teken dat je iets verkeerd doet, en je hoeft ze niet als onvermijdelijk te accepteren.
Welke blaasklachten komen vaak voor in de overgang?
Grofweg zijn er twee vormen van ongewild urineverlies, en ze vragen om een andere aanpak. Het is nuttig om te herkennen welke bij jou past, want dat bepaalt mede wat kan helpen.
- Inspanningsincontinentie (stress-incontinentie): kleine beetjes urineverlies bij hoesten, niezen, lachen, tillen of sporten. De bekkenbodem en de sluitspier houden de druk dan onvoldoende tegen.
- Aandrangincontinentie (urge-incontinentie): een plotselinge, sterke plasdrang die je moeilijk kunt uitstellen, soms met verlies voordat je het toilet haalt. Vaak gaat dit samen met vaker plassen overdag en 's nachts.
Daarnaast horen vaker moeten plassen, 's nachts wakker worden om te plassen, een branderig gevoel en terugkerende blaasontstekingen bij het beeld. Een mengvorm van inspannings- en aandrangincontinentie komt ook regelmatig voor. Houd je twijfel over het patroon, dan geeft een plasdagboek (bijhouden hoe vaak en hoeveel je plast) je (huis)arts vaak snel richting.
Wat kun je zelf doen bij blaasklachten?
Bij milde klachten begin je meestal met stappen met een lage drempel. Deze aanpak is bij veel vrouwen de eerste keus en kan al veel verschil maken, ook zonder medicatie.
- Bekkenbodemoefeningen. Het gericht trainen van de bekkenbodemspieren kan urineverlies verminderen en is volgens de NHG-Standaard een belangrijke eerste stap, vooral bij inspanningsincontinentie. Een bekkenfysiotherapeut kan je helpen de juiste spieren te vinden en op te bouwen.
- Blaastraining. Bij aandrangklachten kan het geleidelijk oprekken van de tijd tussen toiletbezoeken de blaas helpen wennen aan een groter volume.
- Leefstijl. Overgewicht geeft extra druk op de bekkenbodem, dus gewichtsverlies kan klachten verlichten. Cafeine, alcohol en koolzuurhoudende dranken kunnen de blaas prikkelen bij sommige vrouwen. Voldoende blijven drinken is belangrijk, want te weinig drinken maakt urine geconcentreerd en kan de blaas juist meer prikkelen.
- Stoppen met roken. Chronisch hoesten door roken belast de bekkenbodem en verergert inspanningsincontinentie.
Benieuwd hoe blaasklachten passen in het grotere plaatje van de overgang? In onze gratis gids lees je hoe hormonale veranderingen samenhangen met klachten als deze, en welke stappen je zelf kunt zetten. Download de gratis gids →
Kan lokale oestrogeen helpen bij blaasklachten?
Als de klachten samenhangen met dun, droog weefsel rond blaas en plasbuis, dan kan lokale (vaginale) oestrogeen helpen. Dit wordt als creme of als vaginale tablet aangebracht en herstelt het slijmvlies ter plaatse. Er is redelijk overtuigend bewijs dat laaggedoseerde vaginale oestrogeen aandrangklachten kan verminderen en het risico op terugkerende blaasontstekingen kan verlagen, al is het effect volgens een systematisch overzicht in Annals of Internal Medicine bescheiden van omvang. De internationale GSM-richtlijn van AUA, SUFU en AUGS adviseert lokale oestrogeen dan ook specifiek bij vrouwen met terugkerende urineweginfecties.
Belangrijk is dat lokale oestrogeen iets anders is dan systemische hormoontherapie. Bij de vaginale vorm komt maar heel weinig hormoon in de rest van je lichaam terecht, en ze werkt niet tegen opvliegers of nachtzweten. Systemische hormonen worden juist door het hele lichaam opgenomen, bijvoorbeeld via een gel of pleister. Lokale oestrogeen is bovendien vooral gericht op aandrang, vaker plassen en blaasontstekingen. Voor pure inspanningsincontinentie blijven bekkenbodemoefeningen de belangrijkste behandeling. Of lokale oestrogeen bij jou passend en verantwoord is, hangt af van je persoonlijke situatie en voorgeschiedenis. Bij Menovia bekijken onze BIG-geregistreerde artsen dat binnen een traject, samen met leefstijl als aanvulling.
Wanneer naar de (huis)arts?
Blaasklachten in de overgang zijn vaak goed te behandelen, maar sommige signalen horen altijd eerst medisch beoordeeld te worden. Neem contact op met je (huis)arts bij:
- Bloed in de urine, ook als het maar een keer voorkomt.
- Koorts, pijn in je zij of flank, of algehele ziekte samen met plasklachten, want dat kan wijzen op een nierbekkenontsteking.
- Pijn of een branderig gevoel bij het plassen dat aanhoudt of steeds terugkomt.
- Klachten die plotseling ontstaan of snel verergeren.
- Urineverlies dat je dagelijks leven, slaap of werk belast.
Ook als de klachten niet urgent zijn maar wel blijven, loont het om ze te bespreken. Veel vrouwen wachten lang, terwijl er goede opties zijn. Ons artikel over de overgang bespreken met je huisarts helpt je het gesprek voor te bereiden.
Veelgestelde vragen
Zijn blaasproblemen in de overgang normaal? Ze komen vaak voor en hangen samen met dalend oestrogeen, maar veelvoorkomend betekent niet dat je ze zomaar hoeft te accepteren. In de praktijk zien wij dat de meeste vrouwen met de juiste aanpak verbetering merken.
Gaan blaasklachten vanzelf over na de overgang? Meestal niet, omdat het lagere oestrogeen blijvend is. De klachten kunnen zelfs toenemen in de postmenopauze. Behandeling en leefstijl kunnen ze wel goed onder controle brengen.
Helpt veel minder drinken tegen urineverlies? Nee, dat werkt vaak averechts. Te weinig drinken maakt de urine geconcentreerd, wat de blaas juist prikkelt. Verstandig verdelen over de dag werkt beter dan beperken.
Is vaginale oestrogeen hetzelfde als hormoontherapie tegen opvliegers? Nee. Lokale oestrogeen werkt vooral ter plaatse en helpt niet tegen opvliegers of nachtzweten. Systemische hormoontherapie werkt door het hele lichaam en heeft een ander doel.
Kan een bekkenfysiotherapeut echt helpen? Ja, gericht oefenen onder begeleiding kan urineverlies verminderen, vooral bij inspanningsincontinentie. Het vraagt wel geduld en regelmaat over meerdere weken.
Bronnen
- Thuisarts.nl / NHG. Ik heb klachten van mijn vagina door de overgang. thuisarts.nl
- NHG. NHG-Standaard Incontinentie voor urine bij vrouwen. richtlijnen.nhg.org
- Danan ER, e.a. Hormonal Treatments and Vaginal Moisturizers for Genitourinary Syndrome of Menopause: A Systematic Review. Annals of Internal Medicine. acpjournals.org
- American Urological Association, SUFU, AUGS. Genitourinary Syndrome of Menopause: AUA/SUFU/AUGS Guideline. auanet.org
- The Menopause Society (voorheen NAMS). The 2020 genitourinary syndrome of menopause position statement. pubmed.ncbi.nlm.nih.gov
Deze informatie is bedoeld als educatieve informatiebron en vervangt geen medisch advies, diagnose of behandeling. Bij klachten of vragen over je persoonlijke situatie raden wij je aan een arts te raadplegen.
Gratis gids: de overgang, een bredere kijk
De overgang is méér dan opvliegers. In onze gratis menopauzegids leggen onze artsen uit wat er hormonaal in je lichaam gebeurt, welke klachten je er vaak niet mee associeert, en welke behandelmogelijkheden er zijn. In gewone taal, medisch onderbouwd.

Lees meer blogs over de Menopauze
Menovia
Meld je vandaag nog aan




